Ongemotiveerd… of toch niet?

Het is dinsdagochtend 08.30 uur, alle kinderen zijn in de klas en hebben hun spulletjes klaargelegd op tafel. Tijd om te beginnen. Nadat je de klas goedemorgen gezegd hebt, start je de ochtend met de rekeninstructie. Zoals altijd mogen de sterke rekenaars zelfstandig aan het rekenwerk werken dat voor hen op maat is samengesteld. Zo ook Sander.


Met een schuine blik zie je dat hij direct begint aan zijn verdiepende sommen, zonder ook maar even te kijken wat precies de bedoeling is. Het gaat ook altijd hetzelfde met hem, denk je bij jezelf. Hij is vol zelfvertrouwen over zijn rekenwerk en lichtelijk overmoedig. Korte tijd later wordt deze gedachte bevestigd. Sander komt met een geïrriteerde blik naar je toelopen en zegt:

“Die sommen zijn echt heel stom! Er wordt helemaal niet goed uitgelegd wat ik moet doen en als ik iets probeer dan heb ik het fout!” Je probeert hem te motiveren door te zeggen dat hij het best wel kan, als hij zijn best maar doet op de sommen. Gewoon concentreren en blijven proberen, is jouw advies. “Het lukt me toch niet. Ik heb het al zo vaak geprobeerd. En dan wil jij me ook niet eens helpen!” zegt hij boos.

Zoals vaker raakt Sander alleen maar meer gefrustreerd en helpt zowel belonen en/of straffen niet bij hem. Als het niet meteen lukt, is hij niet meer in beweging te krijgen. Ook jij krijgt vaak de schuld van Sander. Je zou het beter moeten uitleggen en hem niet alleen moeten laten met die rare sommen.

Je eerste gedachte hierbij is hoogstwaarschijnlijk:

“Die Sander, die is echt niet gemotiveerd. Hij haakt meteen af als het hem niet meteen lukt.”

Maar… nu ga je dezelfde situatie vanuit een ander perspectief bekijken: dat van Sander.

Die rotsommen ook altijd! Ik ben hartstikke goed in rekenen, maar ik mag uit de rekenmethode niet alle sommen maken van de juf. In plaats daarvan moet ik die rare sommen doen! Daar kom ik helemaal niet uit. Bij de normale sommen zie ik de uitkomst meteen maar met deze sommen helemaal niet.

Ik lees alles vlug door en snap de bedoeling niet. Ik loop naar de juf en zeg dat het me niet lukt. “Gewoon je best doen”, zegt ze.

Dat doe ik toch! Ik concentreer mij onwijs goed. Ik heb gisteren een som wel drie keer overgelezen, maar toen zag ik de uitkomst nog steeds niet. Ik zou niet weten wat ik nog meer kan doen. Het is gewoon niet eerlijk. Ik krijg geen hulp en ook geen uitleg.

Ik moet het allemaal maar alleen uitzoeken. Ik wil heus wel hoor, maar ik kan dit gewoon niet. Ik wil gewoon weer de normale sommen doen zoals iedereen, zodat ik kan laten zien hoe goed ik ben.

En? Verander je van gedachte? Is Sander ongemotiveerd? Of is er wellicht iets anders aan de hand. Hoe kijkt Dick Verwij inhoudsexpert hoogbegaafdheid tegen deze situatie aan?

Ik denk dat Sander negatief overtuigd is van zichzelf op het gebied van rekenen.

Slimme kinderen zijn vaak gewend om dingen meteen te snappen. Ze kijken er een keer naar en weten het dan al. Daardoor zijn ze juist minder gewend om veel inzet te tonen. Als ze lang over een opdracht na moeten denken, vinden ze het vaak al teveel werk en kunnen ze tot de conclusie komen dat als iets moeite kost, je het vast niet kunt of er niet goed in bent. Dit noemen we een ’fixed mindset’. Óf je kunt het in een keer heel goed, óf je kunt het niet en zul je het ook nooit leren.

Sander moet leren om zich langere tijd in te zetten en te concentreren. Drie keer overlezen van een som is niet altijd de goede aanpak. Het is belangrijk dat Sander begeleiding krijgt van zijn juf en strategieën aanleert die hij kan toepassen op een som.

Wat gebeurde er met je op het moment dat je startte met het lezen van de casus? In de meeste gevallen ‘oordeel’ je vrij snel: Sander is geen doorzetter en niet gemotiveerd. Als je hem vanaf dit punt zou gaan begeleiden zouden dit de twee focusgebieden zijn.

Maar je bent je gaan verplaatsen in de leerling, in dit geval Sander. Hoe heeft hij deze situatie ervaren? Een gedachte hier zou kunnen zijn dat hij snel gefrustreerd is en/of onzeker is over zijn eigen kunnen op het gebied van rekenen. Wat een verschil met je eerste gedachte… als je op dit punt zou starten met de begeleiding zou je je wellicht focussen op zijn ‘zelfvertrouwen en/of frustratietolerantie’.

Tot slot laat de expert hoogbegaafdheid je weten op welke manier hij de situatie ervaart: wat is zijn gedachte hierbij? In dit geval denkt Dick dat Sander een ‘negatieve overtuiging’ heeft op het gebied van rekenen. In de online training ‘De 7 uitdagingen’ wordt haarfijn uitgelegd wat hiermee bedoeld wordt, aan welke signalen je een negatieve overtuiging kunt herkennen en op welke manier je dit het beste kunt begeleiden.

Tjonge… dat is wel een heel andere conclusie dan dat we in de eerste instantie dachten.

Met het online format POINTOFVIEW bekijk je telkens één situatie vanuit drie perspectieven: de leraar – de leerling – de inhoudsexpert.

Meer van dit?

Ga naar trainingen. In de online training ‘De 7 uitdagingen’ kun je aan de slag met 10 verschillende situaties!